Print Friendly, PDF & Email

Vorig jaar schreef ik een artikel over palmolie, om wat meer duidelijkheid te verschaffen in deze enorm ingewikkelde discussie. Hier werd door veel lezers heel negatief op gereageerd, logisch, want de eerste twee beelden die je te binnen schieten bij palmolie zijn gekapte regenwouden en huilende orang-oetangs. Dus begon ik te denken: als ik het nou andersom benader. Een voedingsindustrie zonder palmolie, kan dat? Want roepen dat we een probleem hebben is natuurlijk makkelijk, maar bestaat er dan ook een oplossing? En zo ja, hoe ziet die eruit?

Ontmoet Thijs Pasmans, onafhankelijk palmolie-expert
Voor mijn vorige artikel heb ik veel bronnen gelezen en vergeleken, maar dit keer leek het me beter om in gesprek te gaan met een onafhankelijk palmolie-expert die weet waarover hij het heeft. Zo kwam ik terecht bij Thijs Pasmans, die zelf drie maanden bij een palmolie bedrijf in Sumatra heeft gewerkt om onderzoek te doen naar het verhaal achter het verhaal. Dan weet je pas echt waar je het over hebt, toch?

Even een korte introductie: vijf jaar lang werkte Thijs als duurzaamheidsmanager bij de MVO, de ketenorganisatie voor olie en vetten, waar palmolie natuurlijk ook onder valt. In deze tijd besloot hij, met al z’n eigen aannames over palmolie in z’n achterhoofd, om tijdelijk naar Sumatra te verhuizen en daar mensen uit de hele keten te spreken over de productie van palmolie en de problematiek daaromheen. Inmiddels woont Thijs in Friesland, is hij huispapa en helpt als vrijwilliger de Orangutan Land Trust die helpt om orang-oetangs te beschermen in hun natuurlijke habitat.

Tijd voor een inhoudelijk gesprek met Thijs om uit te vinden of een voedingsindustrie zonder palmolie kan bestaan… Maar we beginnen eerst bij het begin.

Wat is palmolie?
“Palmolie als product en de herkomst van palmolie is relatief onbekend in Nederland. Je hebt heel verschillende soorten palmbomen. Palmolie komt van de oliepalm, familie van de kokospalm en dadelpalm. De oliepalm komt oorspronkelijk uit West-Afrika maar werd door Europeanen, waaronder Hollanders, meegenomen naar Azië en als eerste gepland in Noord-Sumatra, Indonesië. Nog steeds zijn dit de grootste palmolielanden, maar de oliepalm groeit van Honduras tot aan de Solomoneilanden. De oliepalm groeit namelijk het beste in alle tropische gebieden waar er het hele jaar door gematigde regenval is. De oliepalm heeft vruchten ter grootte van een pruim, roodgekleurd als ze rijp zijn, die in trossen van zeker twintig tot dertig kilo aan de oliepalm groeien. Ongeveer drie jaar na het planten kan de oliepalm, dan nog een klein boompje, geoogst worden. Hierna worden de oliepalmvruchten geperst, uit het vruchtvlees komt rood-oranje olie. Deze olie wordt geraffineerd waarna een deel via schepen naar Europa vervoerd wordt. Dat is echter maar een klein deel, want slechts 12% van de wereldwijde palmolie gaat naar Europa, het grootste deel gaat naar India, China en Indonesië zelf.”

Waar wordt palmolie allemaal voor gebruikt?
“In Europa gaat ongeveer 50% van de geïmporteerde palmolie naar biobrandstof voor biodiesel en het opwekken van energie, de andere 50% wordt gebruikt in de voedingsmiddelen-, diervoeder- en cosmetica-industrie. In Nederland wordt de meeste palmolie gebruikt voor voeding. Van brood en koekjes tot margarine, chocoladepasta, ijs, shampoo en crèmes. Palmolie komt voor in meer dan de helft van alle verpakte voedingsmiddelen in de supermarkt.”

Waarom wordt palmolie zo vaak gebruikt?
“De belangrijkste reden om palmolie te gebruiken in Europa, is dat palmolie een bijzonder hoog smeltpunt heeft, waardoor het bij een relatief hoge temperatuur nog steeds ‘hard’ is. Bijvoorbeeld margarine zou zonder palmolie direct gesmolten het kuipje uit lopen.”

Kunnen we de palmolie hier niet gewoon uit laten?
“Nee. De producten waar palmolie in zit, kunnen niet zonder een ‘harde olie’, dan smelt je koekje/ijs/crème volledig weg. Dus je kunt minder palmolie gebruiken als er minder vraag is naar deze producten. In het geval van koekjes en ijs is het misschien nog wel denkbaar dat er ooit zo’n grote leefstijlverandering plaatsvindt, maar in het geval van brood, margarine en shampoo wordt dat een stuk lastiger. Dat zijn toch wel echt basisproducten.”

Oké, weglaten kan dus niet, vervangen dan?
“Palmolie zou qua eigenschappen ook ingewisseld kunnen worden voor een andere ‘harde olie’, maar qua teelt is palmolie veel efficiënter: de gemiddelde opbrengst palmolie per hectare grond is bij palmolie zeker vier keer zo hoog als bij zonnebloem- of sojaolie. Anders gezegd: je zou vier velden kokospalmen nodig hebben tegenover één veld oliepalmen om dezelfde hoeveelheid olie te kunnen leveren. Dat is zéker geen duurzaam alternatief. Ook andere oliesoorten die worden genoemd als vervanger voor palmolie hebben dit probleem, denk hierbij aan raapzaadolie, zonnebloemolie, pindaolie of sojaolie. Die opbrengst ligt soms tot wel acht keer lager dan palmolie, zoals de grafiek hieronder duidelijk weergeeft. Daarnaast zijn deze specifieke vetten vloeibaar bij kamertemperatuur, waardoor ze geen goed alternatief zijn voor palmolie, dit simpelweg omdat producten de smeerbare structuur te danken hebben aan harde vetten.  Kortom, als je palmolie vervangt door een andere olie dan verschuif je het probleem, dat is geen oplossing. Uiteindelijk heeft het niet zoveel zin om oliën te vergelijken. Palmolie wordt niet puur gegeten, in een eindproduct zit altijd een mix van verschillende oliën. Het gaat er dus niet om welke olie het meest efficiënt is, maar dat alle ingrediënten in het product duurzaam zijn. Palmolie onderscheidt zich door een voortdurende duurzame ontwikkeling.”

Het lijkt erop dat we niet van palmolie af komen, maar gaat dat dan niet volledig ten koste van de regenwouden en de orang-oetangs? Hoe komen mensen anders aan die beelden?
“De palmolie-industrie is vanaf de jaren ’90 enorm gegroeid. Dit kwam doordat de vraag naar plantaardige oliën steeg in Azië en palmolie een relatief goedkope en efficiënte bron van vet was met bijzondere en handige eigenschappen. Hierdoor werd palmolie niet alleen interessant voor de voedingsmiddelenindustrie en energie-industrie, ook voor boeren en bedrijven in Azië werd het bijzonder aantrekkelijk om oliepalmen te verbouwen. Palmolie geeft al snel een goede opbrengst. Veel beter dan bijvoorbeeld rijst of rubber. Dus zowel qua vraag als qua aanbod werd palmolie enorm populair, dat is in het begin ook echt ten koste gegaan van het regenwoud. Al hoeft het regenwoud er niet altijd onder te lijden: er werden ook palmolieplantages op o.a. oude koffie- en rubberplantages gebouwd.

Andersom was er vanuit de voedingsindustrie naar de consument toe op dat moment heel weinig communicatie over palmolie. Het is natuurlijk ook niet veel meer dan een verbindend element in het product, geen hoofdbestandsdeel, dus het werd toentertijd soms amper benoemd en zeker niet uitgelegd. Dat is nu wel anders, er is regelgeving gekomen dat het op het etiket moet staan, maar er is nog steeds heel weinig bekend over palmolie bij consumenten. Vervolgens was de eerste echte communicatie over palmolie negatief. Want in die tijd zijn Greenpeace en Milieudefensie gestart met een anti-palmolie campagne om de ontbossingsproblemen onder aandacht te brengen, inclusief tv-spots, dus dit was eigenlijk het eerste grote nieuws dat hierover bekend werd.

Sindsdien is er veel veranderd in de palmolie-industrie, maar toentertijd waren die campagnes ook wel nodig. Dat heeft de huidige situatie beslist in een stroomversnelling gebracht, bijvoorbeeld het ontstaan van een standaard voor duurzame palmolie zoals RSPO en transparantie in de keten waar de olie vandaan komt. Inmiddels is de voedingsindustrie hard op weg om van palmolie een duurzame en toekomstbestendige oplossing te maken. Natuurlijk moet er nog steeds veel gebeuren, maar de uitsluitend negatieve perceptie is niet meer terecht. En dat zeg ik echt met een groot hart voor orang-oetangs; bij Orangutan Land Trust geloven we dat orang-oetangs in hun natuurlijke leefgebied beschermd moeten worden. Gelukkig zijn er nog orang-oetangs in de palmoliegebieden, dus we zijn nog niet te laat. Maar dan moeten we wel blijven inzetten op duurzame palmolie waardoor het regenwoud blijft staan en ecologische corridors worden aangeplant langs plantages om orang-oetan populaties weer met elkaar te verbinden.”

Hoe kunnen we dan op een duurzame en diervriendelijke manier palmolie blijven gebruiken?
“Sinds 2004 bestaat de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), een multistakeholder organisatie van bedrijven en ngo’s die grote stappen maakt in het verduurzamen van de palmolie-industrie door zijn duurzame palmolie standaard. Deze werd vorig jaar weer aangescherpt. Zo kunnen we nog steeds profiteren van de unieke eigenschappen van palmolie, zonder de natuur en zijn bewoners nog erger te beschadigen. Duurzame plantages zetten zich actief in om ook hun ‘buren’, zoals kleinere palmolieboeren, te stimuleren tot en ondersteunen bij het overstappen naar een duurzame plantage. In het criteria is opgenomen dat boeren een eerlijke prijs ontvangen voor de palmolie, dat er géén regenwoud meer gekapt mag worden, dat natuurgebieden met hun inwoners onder strikte bescherming staan en dat palmoliebedrijven actief hun milieubelasting moeten verminderen. Boeren worden op deze manier gestimuleerd en beloond om duurzamer palmolie te gaan telen, en oude plantages te gebruiken in plaats van regenwoud te kappen.”

Maar is de duurzame palmolie die we nu gebruiken dan ook echt duurzaam, of schiet het eigenlijk nog steeds niet op?
“Vandaag de dag is maar liefst bijna 90% van de palmolie die in Nederland verwerkt wordt tot voedingsmiddel RSPO gecertificeerd, zo blijkt uit dit rapport. In feite consumeren we dus bijna alleen nog maar duurzame palmolie. Op wereldschaal is dat natuurlijk anders: 20% van de palmolie wereldwijd is RSPO gecertificeerd. Er zijn ook andere duurzame palmoliestandaarden, maar RSPO wordt gezien als de hoogste dus die gebruik ik als meetlat. Europa is echt de voorloper in het gebruik van duurzame palmolie, maar de schoen blijft natuurlijk wringen doordat India en China nog niet voor duurzame palmolie kiezen. Gelukkig zie ik ook daar steeds meer stappen in de goede richting, en de RSPO heeft hierin een hele belangrijke voorbeeldfunctie. Daarnaast blijft de RSPO zich ook ontwikkelen, onlangs door de lancering van een speciale standaard voor kleine boerenbedrijven. Dat is heel belangrijk, want 40% van de palmolieproductie komt van kleine boeren en deze standaard sluit beter op hun plantages en werk aan.”

Dus… een voedingsindustrie zonder palmolie?
“Nee, echt niet. En dat is ook niet nodig. In Nederland en Europa zijn we al heel ver, op wereldniveau moet er nog veel gebeuren, maar duurzame palmolie is echt de beste en meest efficiënte oplossing. Op een duurzame manier is er een plek voor palmolie in ons voedingspatroon, ook over 25 jaar.”

Meer weten?
In deze video van WWF wordt er meer verteld over duurzame palmolie.

Dit rapport van Center for International Forestry Research (CIFOR) is volgens Thijs een heel goed en onafhankelijk naslagwerk over de palmolie problematiek.

Heb jij veel geleerd over de palmolie-industrie? Wat is jouw mening over palmolie? Laat het ons weten in de reacties, op Facebook of Instagram. We zijn benieuwd!

Summary
Een voedingsindustrie zonder palmolie?
Article Name
Een voedingsindustrie zonder palmolie?
Description
Palmolie heeft een slechte reputatie. Maar is dat terecht? Is een voedingsindustrie zonder palmolie wel mogelijk? En hoe ziet dat er dan uit?
Author

NIEUWSBRIEF

Schrijf je nu in en ontvang GRATIS 20 pagina’s uit ons boek De Hippe Vegetariër!